Browse > Home /

| Subcribe via RSS

Meer uitgebreid commentaar op Spanje’s magere jaren

March 10th, 2008 | No Comments | Posted in Economía, Elecciones, España, Países Bajos, ZP

Op de website van het NRC Handelsblad verscheen gisteren (voor mij vanmorgen, ik leef in het Westen van de V.S.) een commentaar dat een globaal gezien vrij behoorlijk beeld geeft van het lastige parket waar de herkozen regering van de Spaanse premier José Luis Rodríguez Zapatero zich in bevindt.

Inderdaad: zoals het commentaar aangeeft, de economische wind staat tegen. Na ruim tien jaar opeenvolgende forse groeicijfers is de rek eruit, nu dat een golf aan slecht nieuws over de wereld spoelt. De dollar zit in een angstaanjagende duikvlucht, de prijs van olie (en dus gas) zit op ongekende hoogte, wereldwijd zorgt toenemende druk op productie niveaus op voedsel markten voor verdere prijsopdrijving (met alle ellende van dien), de geweldige neerwaartse druk door de structurele problemen in kredietmarkt in de V.S. zorgt voor een verdere afzwakking van consumptie (de grote economische motor hier) naast liquiditeitsproblemen voor de financiële partijen, en dat is slechts een oppervlakkige schets van het slechte weer waarin de wereldeconomie zich bevindt.

Ik bedoel maar: Spanje zit in hetzelfde conjuncturele schuitje als andere landen. Het lijkt me alleszins redelijk om de situatie in de eurolanden tegen die achtergrond te belichten; helaas maakt dat commentaar geen gewag van internationaal conjuncturele effecten.

Het commentaar constateert bovendien (terecht) dat de huizenmarkt in Spanje onder geweldige druk zit: er is een duidelijk neerwaartse druk op de huizenmarkt. En natuurlijk speelt het aanscherpen van de kredietmarkt daar ook een rol in. Maar in het commentaar wordt, helaas, uitsluitend gerefereerd naar een combinatie van een hoog bouwtempo en snel stijgende prijzen in de woningmarkt. Zonder verder context, wijst dat in de richting van een schier buitensporige investeringsdrift in baksteen die nu op z’n bekomst is.

Ook dat is te zeer kort door de bocht genomen.

In de eerste plaats kampt Spanje met een historisch geweldig onevenwicht in de woningvoorraad; een eigen woning is voor verreweg de meeste mensen onbetaalbaar, zelfs nu dat de huizenmarkt aan het inzakken is. Erger nog, dat probleem in woningvoorraad is niet uniform: er is aan de ene kant een enorme leegstand op plaatsen waar de vraag sterk achterblijft (met name bestaande woningen door binnenlandse migratie, maar helaas ook in toenemende zin door nieuwbouw, merendeels door faliekant verkeerd en kortzichtig inschatten door project ontwikkelaars), en “dus” een enorme en geconcentreerde vraag naar woningen op andere plaatsen, met name de grote steden, door de genoemde binnenlandse migratiestromen (richting grote stad) als vooral natuurlijk de enorme instroom aan migranten vanuit het buitenland.

Ondanks een indrukwekkende bouwactiviteit in de afgelopen decennia is dat verstoorde evenwicht nu, in de huidige onroerend goed dip, verre van aanbeland op een nieuw evenwichtspunt. Jonge mensen kunnen nog steeds amper een eigen woning betrekken, door een combinatie van hoge prijzen en lastig bereikbare hypotheken. Natuurlijk is er gepoogd om zo veel en zo snel mogelijk nieuwe huizen te bouwen, en de bouwcijfers zijn alleszins indrukwekkend. Met alle enorme problemen van dien, niet alleen door inflatie in bouwkosten, maar met name de geweldig toegenomen druk op infrastructuur, zoals transport, energie, milieu, en een ander enorm gevoelig politiek punt voor het regionale evenwicht in Spanje: waterbeheer.

Als je dat allemaal in ogenschouw neemt, is het duidelijk dat een enorme instroom aan immigranten uit het buitenland en de nog steeds aanhoudende binnenlandse trek, naar zowel de grote steden als de kust, niet zomaar opgevangen kan worden met een flink uitgebouwde woningvoorraad; er is een enorm master plan nodig om alles evenwichtig naar een nieuw niveau te tillen. Helaas is het er tijdens de acht jaren van premier Aznar niet echt van gekomen; er is inderdaad wel gebouwd, maar amper in een gepast volume en beslist niet met een nodig infrastructureel kader om alles in goede banen te leiden. Toen premier Zapatero aankondigde dat de mouwen weer opgestroopt werden om de nijpende huisvestingsproblemen grondig aan te pakken, was dat dus niet in de laatste plaats ingegeven als sociaal beleid. De gestegen groei in werkgelegenheid (en verdere economische doorwerking) was wat dat betreft dus mooi meegenomen.

Maar meer nog dan volume is het accent onmiskenbaar sterk verlegd in de afgelopen vier jaren onder Zapatero: van een amper gereguleerde enorme wildgroei onder Aznar, waarbij onverantwoordelijk veel is gebouwd op beschermd gebied met op z’n zachtst gezegd twijfelachtige, zo niet afwezige vergunning - allemaal uiteraard gedreven door kortzichtig handelende en over het algemeen goed bemiddelde huiseigenaren - naar een sterk verhoogde bouwactiviteit in vooral de sociale woningbouw. En dat laatste is natuurlijk een kardinaal uitgangspunt voor een centrum linkse regering.

Hoe het ook zij, de onevenwichtige situatie op de woningmarkt in Spanje is een feit, met een onverminderd hoge vraag op sommige plaatsen, en een overschot op andere. Evenals het feit dat de dalende prijzen nog steeds niet in verhouding staan met de koopkracht van mensen die hunkeren naar een eigen woning. Met als gevolg dat een bouwstop, bijvoorbeeld, een alleszins rampzalig effect zou hebben. In plaats daarvan is een evenwichtige, voorzichtige voortzetting van goed geleid bouwbeleid nodig, en het nieuwe mandaat van premier Zapatero is daarvoor een uitstekend uitgangspunt.

Kortom, de huidige naargeestige situatie op de huizenmarkt heeft een allesbehalve gunstig effect; in plaats van vraag en aanbod naar elkaar toe te bewegen, zal de voortdurende geografisch gezien onevenwichtige bevolkingsdruk eerder zorgen voor een voortdurende, zo niet zelfs toenemende spanning. De voortdurende fysieke verschuiving van vraag en aanbod maakt een oplossing alleen maar moeilijker.

Terugkerend naar het grotere perspectief van het commentaar, namelijk dat Spanje magere jaren tegemoet gaat, lijkt me dat ook daar een nuancering op zijn plaats is. Op dit moment wordt aangenomen dat het economische groeicijfer in Spanje in 2008 ergens vlak boven de 2% zal liggen. Da’s een flinke stap terug van het voorgaande veelvoud, maar in context en vergelijking met andere landen gezien nog steeds een netto groei. In de V.S. bijvoorbeeld wordt de netto groei voor het afgelopen jaar op 2,2% geschat; in Nederland gaf 2007 een groei van 2,8% te zien. In Groot-Brittannië werd eind vorig jaar (!) voor 2008 nog een groei van circa anderhalf procent voorzien; een recente bijstelling van de prognose voor Duitsland voorziet 1,6% groei van het BBP. Een groei in Spanje van zelfs maar 2% in 2008 steekt daar dus alleszins gunstig bij af.

Natuurlijk is dat een schrale troost, zo’n vergelijking met andere landen. Maar het blijft een feit dat de afkoelende economie in Spanje de vergelijking met de situatie in traditionele economische krachtpatsers allesbehalve ongunstig doorstaat. Bovendien is een schrale groei nog altijd verre te verkiezen boven een recessie - en dat is helaas de huidige situatie hier in de V.S.

Een heel ander uitgangspunt is dat, juist gegeven de zware economische tegenwind - die dus allesbehalve aan Zapatero kan worden toegeschreven - het voor de zwakkeren in de samenleving verre te verkiezen is om een centrum-linkse regering de zware taak in handen te geven om de storm zo goed mogelijk te doorstaan.

En dat lijkt al helemaal op te gaan in het geval van een regering die de afgelopen vier jaren heeft gebruikt om de onevenwichtige begrotingspolitiek onder Aznar te corrigeren waarbij verbetering van de schuldpositie centraal stond. Zoals ik in mijn commentaar onder het artikel zelf al aangaf:

De betalingsbalans op kassaldo mag dan wel een netto tekort tonen, hetgeen incidenteel ook te maken heeft met de handelsbalans, maar als we het over financieel en fiscaal beleid en dus de staatsbegroting en overheidsschuld hebben, ligt de zaak iets anders dan gesuggereerd is. In 2007 - voor de derde keer op rij - had de Spaanse overheidsbegroting een overschot, van ruim 23 miljard euro; da’s ruim 2,2% van BBP. De overheidsschuld is daardoor afgenomen tot 36,2% van BBP. Ook het sociale garantiefonds werd aangevuld dankzij een overschot.

Juist gezien de conjuncturele economische tegenwind in Spanje, is het maar goed ook dat de Spaanse kiezers het mandaat hebben verlengd van Zapatero, in plaats van de boel in handen te geven van een partij die uitblonk in een voorstelling van zaken die aan elkaar hangt van doemdenken en rampscenario’s, en een verkiezingsbelofte die weinig anders uitstraalt dan structurele verschraling. Liever een paar magere jaren in goede gezondheid doorstaan onder Zapatero, dan een lange, kwakkelende hongerwinter onder zijn conservatieve tegenstander, Rajoy…

Sphere: Related Content

Tags: , , , ,